Derogatie: wat en hoe?

De aanvraag van derogatie bestaat uit 2 stappen:

  1. Je moet de aanvraag indienen via het mestbankloket uiterlijk op 15 februari 2018.

  2. Op de verzamelaanvraag moet je de percelen aanduiden waarop je derogatie aanvraagt. De verzamelaanvraag moet tijdig ingediend worden, nl. op 21 april 2018. Aanpassingen aan de percelen kunnen nog gebeuren tot en met 31 mei 2018.

 Daarnaast zijn er ook een aantal voorwaarden aan verbonden. 

VOORWAARDEN

Teelt

Derogatie kan aangevraagd worden op percelen waar de teelt één van de volgende is:

  • Grasland, grasklaver met minder dan 50% klaver ingezaaid

  • Mais als hoofdteelt met vooraf één snede gemaaid en afgevoerd gras of snijrogge

  • Mais met gras als onderzaai

  • Wintertarwe als hoofdteelt gevolgd door vanggewas

  • Triticale als hoofdteelt gevolgd door vanggewas

  • Suikerbieten

  • Voederbieten

Volgende gewassen komen in aanmerking als vanggewas: gele mosterd, bladrammenas, Facelia, Tagetes, voederkool, bladkool, Festulolium, Nyger, gras, raaigras, grasklaver (<50% klaver ingezaaid), zomerhaver, boekweit, Japanse haver, raapzaad, komkommerkruid, soedangras, zwaardherik, Sarepta mosterd, snijrogge, een mengsel van niet-vlinderbloemige groenbedekkers of andere niet-vlinderbloemige groenbedekkers.


Extra voorwaarden met betrekking tot de teelt zijn:

  • Na de oogst van wintertarwe of triticale moet binnen de 2 weken (ten laatste 1 sep 2018) een vanggewas worden ingezaaid. Het vanggewas mag pas ingewerkt worden vanaf 15 februari 2019

  • Gras of snijrogge waarvan één snede wordt gemaaid en afgevoerd voor de teelt van mais, moet ten laatste op 30 november 2017 ingezaaid zijn. Het gras mag niet gemaaid worden voor 1 april 2018, snijrogge niet voor 15 maart 2018

  • Gras in onderzaai mag na de oogst van mais pas omgeploegd of ingezaaid worden vanaf 15 februari 2019.

 

Mest

Dierlijke mest die op derogatiepercelen gebracht worden moet één van volgende soorten zijn:

  • Mest van runderen (behalve mestkalveren), paarden, geiten en schapen

  • Dunne fractie na het scheiden van varkensmest met “dunnefractieattest”, dit betekent:

    • N/P2O5 -verhouding minimaal 3,3

    • Mag niet gemengd worden met dierlijke mest, kunstmest of een andere meststof

  • Derogatie-effluent met laag N- en P2O5-gehalte met effluentattest, dit betekent:

    • Max 1kg N/ton en max 1 kg P2O5/ton

    • Effluent mag niet gemengd worden met dierlijke mest, kunstmest of andere meststof. Het effluent met effluentattest mag op het eigen bedrijf gemengd worden met derogatiemest.

    • Ongemengd effluent max 15 ton/ha/jaar op derogatiepercelen.

    • Effluent gemengd met derogatiemest max 15 ton/ha/jaar op ALLE percelen

De bemestingsnormen voor werkzame N en P2O5 van het mestdecreet blijft van toepassing. Dierlijke mest, kunstmest en andere meststoffen mag op derogatiepercelen gebracht worden vanaf 16 februari tot en met 31 augustus, minimaal 2/3de van de derogatiemest voor 31 mei 2018 op het perceel gebracht worden. Deze voorwaarden zijn niet van toepassing bij het opbrengen van mest door begrazing. Op derogatiepercelen mag tevens geen P2O5 uit kunstmest worden toegediend. 


Scheuren van grasland

Deze voorwaarden gelden voor ALLE percelen van het bedrijf waar vorig jaar gras als hoofdteelt aanwezig was.

  • In het jaar van scheuren mogen percelen blijvend grasland (= min 5 opeenvolgende jaren niet in vruchtwisseling opgenomen) niet bemest worden met uitzondering van bemesting door begrazing.

  • Graslandpercelen op NIET zware kleigronden mogen alleen gescheurd worden vanaf 15 februari tot en met 31 mei. 2 weken na het scheuren en ten laatste op 31 mei moet een vanggewas ingezaaid worden.

  • Graslandpercelen op zware kleigronden mogen alleen gescheurd worden vanaf 15 februari tot en met 15 september. 2 weken na het scheuren en ten laatste op 15 september moet een vanggewas ingezaaid worden.

Dit vanggewas, zoals vernoemd in het 2de en 3de puntje, mag geen gewas zijn met lage stikstofbehoefte en geen vlinderbloemige met uitzondering van grasklaver waarbij minder dan 50% klaver wordt ingezaaid. 


Analyses

1. Mest:

Een analyse is verplicht voor mest van derden die naar een derogatiebedrijf gebracht wordt. De analyse moet gekend zijn op het moment van het transport. Met de nieuwe Vlareme wil dit zeggen dat de aanvoerder moet werken met het analysesysteem en dus zijn de analyses slechts 3 maanden geldig. Stalen van varkensmengmest kunnen dus niet genomen worden bij het eerste transport naar een derogatiebedrijf, aangezien de resultaten reeds gekend moeten zijn op het moment van het transport


2. Bodem:

Per begonnen schijf van 20 ha landbouwgrond van het bedrijf dient een analyse beschikbaar te zijn voor het fosfaatgehalte. De stalen dienen genomen te worden tussen 1 juni 2017 en 31 mei 2018. Indien u per begonnen schijf van 5ha landbouwgrond van het bedrijf een analyse van het fosfaatgehalte, genomen in 2014 of later, kunt voorleggen, voldoet u ook aan deze voorwaarde.

Per begonnen schijf van 20 ha landbouwgrond van het bedrijf dient eveneens een analyses beschikbaar te zijn van de minerale stikstof. Deze bodemstalen dienen genomen te worden tussen 1 januari 2018 en 31 mei 2018.

Tussen 1 oktober en 15 november neemt u op eigen initiatief en op eigen kosten een nitraatresidu-staal op een perceel die geselecteerd wordt door de mestbank.


Bemestingsplan

Voor 15 februari dient u een bemestingsplan op te maken voor elk perceel of elke perceelsgroep van het bedrijf. Onder een perceelsgroep vallen percelen waarop hetzelfde gewas(combinatie) geteeld wordt en waarop hetzelfde beheer plaatsvindt. Aanpassingen aan de geplande bedrijfsvoering moeten binnen de 7 dagen na de wijziging aangepast worden in het bemestingsplan. Dit bemestingsplan bevat volgende gegevens:

  1. Per diercategorie: de gemiddelde veebezetting, het staltype en de nettoproductie aan dierlijke mest in kg N en kg P2O5.

  2. Per meststoort: de opslagcapaciteit en de hoeveelheid die geproduceerd wordt in ton/m³, kg N en kg P2O5.

  3. Per perceel of perceelgroep: een schets van de ligging, de oppervlakte, de voorteelt, de hoofdteelt, de nateelt, derogatie of niet, de verwachte bemestingsbehoefte (kg N en Kg P2O5), de geplande bemesting per mestsoort (in ton/m³, kg N en kg P2O5) en de geplande bemesting door begrazing (kg N en kg P2O5)

  4. De geplande aan- en afvoer van alle soorten mest (in ton/m³, kg N en kg P2O5) op bedrijfsniveau o.b.v. puntje 1,2 en 3.

  5. De geplande hoeveelheid mest (in ton/m³, kg N en kg P2O5) per mestsoort die gebruikt wordt op bedrijfsniveau o.b.v. puntje 1,2 en 3.

Dit bemestingsplan is steeds ter inzage aanwezig op het bedrijf.


Gevolgen niet-naleven van de voorwaarden

De gevolgen bij het niet-naleven van de voorwaarden zoals hierboven weergegeven zijn afhankelijk van de voorwaarde, maar u kunt het volgende jaar ofwel geen derogatie aanvragen op percelen van eenzelfde perceelgroep ofwel geen derogatie aanvragen op het volledige bedrijf.

Percelen waarop in 2017 een overschrijding van de eerste nitraatresidudrempelwaarde werd vastgesteld, komen het volgende jaar niet in aanmerking voor derogatie. Uitzondering hierop zijn percelen in het kader van een bedrijfsevaluatie waarbij de categorie focusbedrijf vervalt.

Bezwaar tegen deze gevolgen/sancties kan ingediend worden bij het afdelingshoofd van de Mestbank en dit ten laatste op 31 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de gevolgen/sanctie werden gepubliceerd op het Mestbankloket.

DEEL DIT BERICHT:

Recente projecten

Nieuwsbrief agro Inschrijven
Nieuwsbrief voor paardenhouders Inschrijven