Schrapping Vlareborubriek bij opslag kunstmest


Wil je jouw opslag van kunstmest vergunnen? Dan gebeurt dat onder Vlaremrubriek 28.1.f, die bestaat uit twee categorieën.

De eerste rubriek (28.1.f.1°) betreft een opslag van meer dan 20 ton tot en met 100 ton, de tweede rubriek (28.1.f.2°) betreft een opslag van meer dan 100 ton.

Bij deze laatste rubriek hoorde vroeger een Vlareborubriek O. Dit betekent dat er bij een overdracht een oriënterend bodemonderzoek vereist was. Inmiddels werd deze Vlareborubriek geschrapt. Hierdoor is er bij een overdracht van deze percelen niet langer een oriënterend bodemonderzoek nodig.

Ook indien er reeds een bodemonderzoek werd uitgevoerd of wanneer er een beschrijvend bodemonderzoek nodig is of lopende is, kan de overdracht zonder oriënterend bodemonderzoek doorgaan.

In de praktijk staan percelen met rubriek 28.1.f.2° bij de gemeente echter nog steeds vermeld als zijnde een risicogrond.

Op basis van de inventarisatie van de gemeente worden risicopercelen (percelen waarop een Vlareborubriek vergund is) aan OVAM doorgegeven en komt dit op het bodemattest te staan.

Omdat de gemeentes deze Vlareborubriek niet automatisch schrappen, moet je in de meeste gevallen een nota opstellen waarmee de schrapping wordt aangevraagd. Indien de gemeente akkoord is, wordt de schrapping doorgegeven aan de OVAM.

Indien er op een over te dragen perceel naast rubriek 28.1.f.2° andere rubrieken met bijhorende Vlareborubriek aanwezig zijn of waren, blijft het verplicht om bij een overdracht een oriënterend bodemonderzoek uit te voeren.

 

Heb je vragen i.v.m. de onderzoeksplicht van jouw perceel? Contacteer een DLV-adviseur.

Terug naar het overzicht

Blijf altijd op de hoogte, schrijf je in op onze nieuwsbrief!

Blijf altijd op de hoogte, schrijf je in op onze nieuwsbrief!

Eerstvolgende evenementen

Werken bij DLV?