Vele verplichtingen rond vanggewassen

Het inzaaien van groenbedekkers is een schoolvoorbeeld van goede landbouwpraktijk, maar is voor vele landbouwers ook een verplichting om te kunnen voldoen aan de voorwaarden van de vergroeningseisen uit het GLB en de verplichtingen vanuit het mestdecreet MAP 6. 

Vanggewassen

MAP 6 legt voor gronden gelegen in gebiedstype 1, 2 en 3 (gele, oranje en rode gebieden) op dat wanneer de hoofdteelt geoogst is voor 31 augustus er, uiterlijk tegen 30 september (uitzondering voor 2022, standaard 15 september) een vanggewas moet ingezaaid zijn, ofwel moet de hoofdteelt gevolgd worden door een nateelt. Dit geldt niet voor percelen in zware kleigrond. 

Daarnaast heeft elke landbouwer recent een bericht ontvangen van de mestbank over het verplichte doelareaal vanggewassen voor 2022. Voor de percelen in oranje en rode gebieden werd hierin een aantal hectare bouwland opgelegd waarop vanggewassen moeten ingezaaid worden. Voor vanggewassen na mais en niet-vroege aardappelen dienen deze uiterlijk op 15 oktober ingezaaid te worden, voor vanggewassen na de andere hoofdteelten is 30 september (enkel dit jaar) de uiterlijk inzaaidatum.

De volgende gewascombinaties tellen mee om het gerealiseerde areaal “vanggewassen” voor MAP 6 te bepalen:

  • Tijdelijk grasland, tagetes en facelia, Japanse haver of een ander vanggewas, faunamengsel of bloemenmengsel dat blijft staan tot het einde van het jaar;

  • Teelten waarna uiterlijk 30 september, (uitz. 2022), een vanggewas ingezaaid werd;

  • Niet-vroege aardappelen en maïs waarna uiterlijk 15 oktober een vanggewas ingezaaid werd;

  • Bepaalde vanggewassen in onderzaai, bv. gras in onderzaai bij maïs;

  • Niet-nitraatgevoelige hoofdteelten gevolgd door een laag-risico nateelt.

De teeltabel hiervoor vind je hier.  

Vergroening (EAG)

Om te voldoen aan het minimale areaal aan ecologisch aandachtsgebied (EAG) voor de vergroeningseisen in het GLB wordt dikwijls gekozen voor het inzaaien van groenbedekkers. De uiterste inzaaidatum hiervoor is afhankelijk van de landbouwstreek. Voor Polders en Duinen is dit 19 augustus, voor de Leemstreek 30 september en voor de andere streken 31 oktober.

De lijst van gewassen als groenbedekker is niet volledig dezelfde voor de verplichtingen uit het GLB en uit MAP 6. Toch kan er gecombineerd worden. Er moet een mengsel van minstens twee groenbedekkers ingezaaid worden aan een voldoende hoge zaaidichtheid. Alle voorwaarden en de lijst van de mogelijke groenbedekkers voor EAG vind je hier. 

Zowel voor MAP 6 als voor EAG gelden dezelfde verplichte aanhoudperiodes voor de groenbedekkers. Voor de Polders en Duinen is dit t.e.m. 15 oktober, voor de Leemstreek t.e.m. 30 november en voor de andere streken t.e.m. 31 januari.

Ook administratief moet iedere landbouwer dit najaar opnieuw voldoen aan de verplichtingen. Via de verzamelaanvraag dient de landbouwer met percelen in de polders en duinen uiterlijk op 19 augustus de correcte percelen aan te geven voor EAG in de verzamelaanvraag. Voor de Leemstreek 30 september. Voor de andere streken 31 oktober. 

De verplichtingen vanuit MAP 6 dienen ook in de verzamelaanvraag correct weergegeven te worden. Hier geldt voor alle landbouwstreken als uiterste datum 31 oktober.


Je DLV-adviseur helpt je graag verder met een overzicht van alle verplichtingen voor jouw bedrijf.

Contacteer ons.



DEEL DIT BERICHT:

Recente projecten