Monitoring luchtzuiveringssystemen en VLIF-steun

In het najaar van 2023 wijzigde de VLAREM-wetgeving, waardoor ieder luchtzuiveringssysteem (zoals luchtwassers en biobedden) op automatische wijze gemonitord moet worden met behulp van elektronische monitoring. Via deze monitoring dienen de parameters die relevant zijn voor een goede werking van het luchtzuiveringssysteem continu en automatisch geregistreerd te worden. Voor bestaande luchtwassystemen geldt er een overgangstermijn tot 31 december 2025 om de systemen in overeenstemming te brengen met deze regelgeving. Hiervoor is er nu ook een VLIF-investeringssubsidie van 80% steun voorzien.

VOORWAARDEN 

Het systeem van elektronische monitoring moet voldoen aan volgende voorwaarden:

  1. Er zijn doelmatige meetvoorzieningen aanwezig, zoals een pH-sensor, een geleidbaarheidssensor, een drukverschilmeter, een elektriciteitsmeter, een luchtvochtigheidsmeter en een debietmeter. Voor de registratie van de spuiwaterproductie is per spuileiding een elektromagnetische flowmeter geïnstalleerd. 

  2. De geregistreerde waarden van de relevante parameters worden minimaal één keer per uur geregistreerd. De geregistreerde gegevens worden elektronisch opgeslagen en onmiddellijk automatisch doorgestuurd naar een door de overheid ter beschikking gesteld internetloket. 

  3. De geregistreerde waarden van de relevante parameters worden minimaal 5 jaar ter plaatse bewaard. 

  4. Het monitoringssysteem is voorzien van een alarm. Dit gaat af als er een overschrijding is van de grenswaarden van een van de relevante parameters.

PARAMETERS 

Voor luchtwassers moeten minimaal volgende parameters geregistreerd worden: 

  • Zuurtegraad van het waswater (in pH) 

  • Geleidbaarheid waswater (in mS per cm)

  • Spuiwaterproductie (in m³) 

  • Drukval over de luchtwasser (in Pa)

  • Elektriciteitsverbruik van de waswaterpomp (in kWh)

  • Waswaterdebiet (in m³/uur)

Voor biobedden moeten minimaal volgende parameters geregistreerd worden: 

  • Elektriciteitsverbruik van de waswaterpomp (in kWh)

  • Drukval over het biobed met een minimum van 3 druksensoren (in Pa)

  • Luchtvochtigheid bovenaan, in het midden en onderaan in het vulmateriaal (in % relatieve vochtigheid)

VLIF

Elke veehouder die voldoet aan de definitie van ‘actieve landbouwer’ volgens de GLB-wetgeving komt in aanmerking voor VLIF-steun voor ammoniakemissiereducerende investeringen (AERI-steun). Je moet wel over een minimum standaardverdiencapaciteit (SVC) van 20.000 euro beschikken. Dit kan je raadplegen op het e-loket. Voor het installeren van een elektronisch monitoringssysteem op een bestaande luchtwasser is er een forfaitaire kost voorzien van 17.500 euro, waar je 80% steun op krijgt, er wordt hiervoor dus een vast steunbedrag van 14.000 euro uitbetaald. Ook voor het installeren van een volledig nieuw luchtwassysteem op een bestaande stal kan je bijkomend nog eens 80% steun krijgen op de forfaitaire kostprijs (gebaseerd op de vergunde dieraantallen). 


Voor meer info, contacteer jouw DLV-adviseur.


DEEL DIT BERICHT:

Recente projecten