Heb ik een vergunning nodig voor de aanleg van een (buiten)piste in agrarisch gebied?

Of je nu een professionele of hobbyruiter bent, iedereen die met paarden bezig is, bevindt zich wel eens in een piste of paddock. Waar veel mensen vaak niet bij stilstaan, is dat er voor het aanleggen van deze pistes en paddocks bijna altijd een vergunning nodig is.

Wat is dat, een omgevingsvergunning?

De omgevingsvergunning vervangt en verenigt verschillende vergunningen. Voor het aanvragen van een (buiten)piste doen we beroep op de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen. Of je al dan niet voor het aangevraagde project een vergunning ontvangt, hangt af van verschillende voorwaarden.

Is het houden van paarden para-agrarisch?

Voor het houden van paarden is er nood aan voldoende ruimte. Hierdoor bevinden de paardenhouders zich voornamelijk in agrarisch gebied. De agrarische gebieden zijn bestemd voor landbouw in de ruime zin (artikel 11.4.1 Inrichtingsbesluit).

Zoals de term het zegt, moet je het begrip landbouw ruim opvatten. Het gaat niet enkel om het bewerken van het land en de teelt van de gewassen. Ook veeteelt behoort tot de landbouw in de ruime zin. In die optiek kan je dus ook het fokken en houden van paarden als een agrarische activiteit beschouwen.

Niet alleen landbouw in de ruime zin hoort thuis in agrarisch gebied. Ook de para-agrarische bedrijven zijn er toegelaten (artikel 11.4.1 Inrichtingsbesluit). Over wie nu net aanzien wordt als para-agrarisch, heerst er op vandaag echter grote discussie.

In zijn spraakgebruikelijke betekenis gaat het om bedrijven waarvan de activiteit nauw bij landbouw aansluit en erop afgestemd is. De Omzendbrief 1997 inzake gewestplannen formuleert ook omtrent het houden van paarden een richtlijn: 

“Concreet houdt de omzendbrief ook voor dat paardenhouderijen met minstens 10 paarden para-agrarisch zijn. Voorwaarde is wel dat de hoofdactiviteit gericht is op het fokken en/of houden van paarden en eventueel bijkomend het africhten en opleiden daarvan. Ook aanhorigheden zoals berging voor voeder en materieel, pistes, tredmolen etc. zijn dan aanvaardbaar, aldus de Omzendbrief.”

Deze omzendbrief is niet bindend maar wordt in de praktijk altijd aangewend als richtsnoer bij de beoordeling door het bestuur.

Om in aanmerking te komen voor het krijgen van een  vergunning voor het plaatsen van nieuwe constructies (stal, schuur, piste,…) moet er worden aangetoond dat de activiteit als paardenhouder volwaardig is én dat de nieuwe constructie absoluut noodzakelijk is. Indien je ook een woning wenst te bouwen, moet hier bovenop worden aangetoond dat de activiteit leefbaar is.

Het kunnen aantonen van deze volwaardigheid, noodzakelijkheid en leefbaarheid is niet altijd evident. Zeker niet voor pakweg een hobbyruiter of paardenhouderij in opstart.

Kom ik in aanmerking voor het krijgen van een omgevingsvergunning voor de aanleg van een piste?

De mogelijkheid tot het verkrijgen van een vergunning wordt bepaald door de regelgeving toepasselijk voor de bestemmingszones. Deze regelgeving is echter ook vatbaar voor interpretatie. Dit betekent dat we rekening moeten houden met hoe rechtscolleges, adviesinstanties en overheden deze regelgeving interpreteren en toepassen binnen hun eigen beleid. 

Op vandaag worden bijna alle aanvragen in agrarisch gebied geadviseerd door het departement Landbouw en Visserij. Op heden adviseren zij enkel gunstig voor paardenhouders die een volwaardige (en leefbare) fokkerij- activiteit hebben. Het louter uitbaten van een pensionstalling, sportstal, … zonder (of met slechts beperkte fokkerij), wordt ongunstig geadviseerd.

Bij de aftoetsing wordt er ook nagegaan of de activiteit van de paardenhouder geen hinder zal veroorzaken voor de nabije omgeving. Hierdoor is het belangrijk dat er een duidelijk beeld geschept wordt en er duidelijke plannen afgeleverd worden. Denk maar aan de plaatsing van de mestvaalt, de toe- en afvoer van stro en hooi, … dit alles kan door de overheid voor de omwonenden als storend aanzien worden en dient dus goed weerlegd en gekaderd te worden.

Uitzondering: de winterweide

Wie geen mogelijkheid heeft tot het aanvragen van een vergunde buitenpiste of paddock, kan zich beroepen op de winterweide.

Een winterweide is een van vergunning vrijgestelde constructie die een kapotgelopen weide betreft gemengd met maximaal 30m³ zand. In de winterweide mag er niet gereden worden. Dit betreft louter een constructie waardoor paarden ook in de winter buiten kunnen zonder de hele dag met de voeten in het natte te staan. De afsluiting van de winterweide valt onder de vrijstelling van artikel 5.1,2° Vrijstellingsbesluit. Ook voor het laagje zand (van maximaal 30m³) is er geen vergunning nodig aangezien dit valt onder de vrijstelling van artikel 12/1.1. Vrijstellingbesluit. Echter is het belangrijk dat er ten alle tijden aan de opgestelde voorwaarden voldaan is en de functie van het terrein niet wijzigt. De functie blijft dus ten allen tijden weide en kan nooit piste worden.


Een vergunning voor het aanleggen van een piste is strikt noodzakelijk maar kan op vandaag in agrarisch gebied enkel door een professionele paardenhouder die een volwaardige (en leefbare) activiteit uitbaat, aangevraagd worden. De hobbyhouder, die slechts een 4/5tal paarden heeft, en voor zijn eigen gebruik een piste wil aanvragen, kan dit dus niet.

Wie en welke activiteit er door de instanties als volwaardig aanvaard wordt, verschilt van gemeente tot gemeente. Het voldoende motiveren en omkaderen van de activiteit bij de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning, is een eerste stap in de goede richting.


Heb je vragen? Contacteer vrijblijvend een DLV-adviseur! 


DEEL DIT BERICHT:

Recente projecten