Heb ik een vergunning nodig voor buitenpiste, overdekte paddock, binnenpiste?

​Als paardenhouder denk je niet meteen aan vergunningen wanneer je met je paarden bezig bent? Toch zijn er vrij courant vergunningen nodig, zeker wanneer je denkt aan een buitenpiste, overdekte paddock of binnenpiste. In dit artikel lees je welke vergunningen je nodig hebt.

​De vraag over paarden en stedenbouwkundige vergunningen, en 4 andere vragen over paarden houden, werden beantwoord tijdens de trefmomenten op Flanders Horse Expo 2015. We vroegen vooraf aan de bezoekers van welke vragen over paarden ze ‘s nachts wakker liggen. De vele vragen die we binnen kregen, bundelden we tot 5 hoofdvragen.


Wat is een stedenbouwkundige vergunning of bouwvergunning?

 In de volksmond is de stedenbouwkundige vergunning vooral bekend als bouwvergunning. Maar deze term is te eng. Ook voor wijzigingen aan de bodem of wijzigingen aan de functie van een gebouw, is een vergunning nodig. Een buitenpiste is een mooi voorbeeld, waarover we je verder in dit artikel meer vertellen.

Zo’n stedenbouwkundige vergunning is dus nodig voor het bouwen of aanleggen van een constructie. De medewerking van een architect is niet altijd noodzakelijk, dat hangt af van het type ‘bouwwerk.’ Zo’n vergunning vraag je aan bij het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente waarin het aan te vragen bouwwerk, gelegen is. Hou rekening met een normale doorlooptijd van 105 dagen wanneer je een vergunning aanvraagt.


Kan ik zomaar alles aanvragen?

Ja, maar niet alles wordt goedgekeurd. Het college doet een toetsing van je aanvraag op basis van verschillende criteria:

  • De legaliteitstoets: de wetgeving, zijnde de codex ruimtelijke ordening, de uitvoeringsbesluiten en de omzendbrieven. Deze bepalen wat in welke planologische bestemming kan en mag. Zo’n planologische bestemming wordt dan weer bepaald in het gewestplan, het Ruimtelijk UitvoeringsPlan (RUP), het Algemeen Plan van Aanleg (APA) of het Bijzonder Plan van Aanleg (BPA).

  • De opportuniteitstoets: deze bekijkt de goede ruimtelijke ordening.

In de wetgeving is er echter maar weinig over de paardenhouderij te vinden. Er is dus geen duidelijke wetgeving en er moet geval per geval bekeken worden wat er haalbaar is op die plaats en voor die toepassing.

De legaliteit in het agrarisch gebied wordt getoetst aan de hand van het richtkader opgemaakt door de afdeling Duurzame Landbouw Ontwikkeling (ADLO). Zij brengen een niet-bindend advies uit aan het College van Burgemeester en Schepenen.

In dit richtkader worden paardenhouderijen door ADLO ingedeeld in verschillende categorieën. Een overzicht vind je in onderstaand schema.


LANDBOUWLANDBOUW AANVERWANTNIET-LANDBOUW
FokkerijPensionstallenManege
Opfokken paardenKI-centrumPlattelandstoerisme
Africhten paardenGeboortebegeleidingSportstal
HengstenhouderijHippotherapieHandelstal
MelkerijVerbreding

ADLO richtkader paarden

 

Daarna wordt de aard van de aanvraag bekeken:

  • Een nieuwe inplanting, bijvoorbeeld vertrekkende van een stuk grond zonder gebouwen. Dit kan enkel voor de zuivere landbouwactiviteiten, zoals aangegeven in de tabel, en enkel wanneer je kan aantonen dat je er een leefbaar inkomen kan uit verdienen.

  • Een bedrijfsuitbreiding, bijvoorbeeld een stal die je bouwt bij je woning

  • Een invulling van een bestaande bedrijfszetel, bijvoorbeeld door een melkveehouderij om te vormen naar een pensionstal. Deze optie biedt de meeste mogelijkheden.

Afhankelijk van de combinatie van het type paardenhouderij en het type aanvraag worden de mogelijkheden bekeken.

In de opportuniteitstoets gaat de overheid na of het bouwwerk zoals het aangevraagd wordt, voldoet aan de goede ruimtelijke ordening. Wordt het bijvoorbeeld goed geïntegreerd in de omgeving, zullen de juiste materialen gebruikt worden, wordt het op de juiste plaats ingepland enzovoort.


Wat met mijn buitenpiste?

Uit de bovenstaande uitleg blijkt dat je altijd een stedenbouwkundige vergunning nodig hebt voor je buitenpiste. ADLO maakt echter het onderscheid tussen een eenvoudige piste en een professionele piste. Een eenvoudige piste kan voor velen maar is uiteraard beperkt in mogelijkheden en afmeting. Ze mag maximaal 20 m x 40 m groot zijn, er mag geen drainage voorzien worden en er mogen geen bodemvreemde materialen zoals textiel, voorzien worden. Zand en zavel kunnen wel. De teelaarde mag afgegraven worden maar moet op het perceel blijven. Verlichting kan niet.

Een professionele piste kan groter, mag gedraineerd worden, er mag steenslag als ondergrond voorzien worden en het pistemateriaal mag textiel bevatten. Maar deze piste kan enkel toegelaten worden voor professionele uitbaters. De particulier die thuis zijn eigen buitenpiste wil, moet het dus stellen met een eenvoudige piste.


Het antwoord op de vraag over paarden houden en stedenbouwkundige vergunningen:

“Eender wat er gebouwd of aangelegd wordt, moet stedenbouwkundig vergund worden. De goedkeuring van de aanvraag hangt af van het type paardenhouderij dat je uitbaat. Er zijn veel mogelijkheden, maar niet iedereen kan of mag een overdekte binnenpiste bouwen.”


Dit artikel verscheen oorspronkelijk in Hippo Revue en werd geschreven door Carl De Braeckeleer.

DEEL DIT BERICHT:

Recente projecten

Nieuwsbrief agro Inschrijven
Nieuwsbrief voor paardenhouders Inschrijven