De toekomst van de paardenhouder en het stikstofdecreet

Sinds 23 februari 2024 is het decreet over de programmatische aanpak stikstof (PAS), of beter gekend als het stikstofdecreet, in werking getreden. Dit decreet heeft o.a. als doel om de stikstofemissies afkomstig van veehouderijen, mestverwerkingsinstallaties, industrie en mobiliteit te reduceren. Het stikstofdecreet heeft ook gevolgen voor de paardenhouder. We vertellen je meer! 

TOEPASSINGSGEBIED

Het stikstofdecreet is van toepassing voor iedere veehouderij. Concreet zal elke paardenhouderij die een vergunning wil aanvragen voor het houden van paarden rekening moeten houden met de bepalingen opgenomen in het stikstofdecreet. Het houden van paarden is vergunningsplichtig vanaf 20 paarden in het agrarisch gebied, vanaf 10 paarden in woongebied met landelijk karakter en vanaf 5 paarden in andere gebieden.

BEOORDELINGSKADER AMMONIAK

In tegenstelling tot varkens-, pluimvee- en rundveehouderijen, zijn voor de paardenhouderij geen generieke reductiemaatregelen opgenomen in het stikstofdecreet. Wel moet er rekening gehouden worden met het beoordelingskader voor ammoniak van veehouderijen. 

Volgens dit beoordelingskader moet er een passende beoordeling toegevoegd worden aan de aanvraag wanneer de impactscore meer dan 0,025 % bedraagt. De impactscore is de procentuele bijdrage van de stikstofemissies afkomstig van de paarden ten opzichte van de kritische depositiewaarden (KDW) van de habitattypen gelegen in Habitatrichtlijngebied (SBZ-H). De kritische depositiewaarde van een habitattype is de maximale toelaatbare depositie per eenheid van oppervlakte zonder dat er - volgens de huidige kennis - schadelijke effecten optreden. Je impactscore is te berekenen via impactscore.omgeving.vlaanderen.be.

In de passende beoordeling moet dan aangetoond worden dat de aanvraag geen betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van SBZ-H veroorzaakt. In het stikstofdecreet is opgenomen dat een passende beoordeling voor een paardenhouderij gunstig beoordeeld wordt als de impactscore minder dan 50 % bedraagt en er geen stijging is van de stikstofdeposities ten opzichte van de huidige vergunde situatie. 

Maar wat met een vergunning voor een nieuwe paardenhouderij zonder vergunde situatie? 

Bedraagt de impactscore meer dan 0,025 %, dan zal in de passende beoordeling aangetoond moeten worden dat de aanvraag de gebiedsspecifieke neerwaartse depositietrend van ammoniak niet hypothekeert. Hiervoor zal door de overheid een depositietool ontwikkeld worden. Dit is ook van toepassing voor uitbreidingen van bestaande paardenhouderijen die gepaard gaan met een stijging van de stikstofdeposities. Momenteel is de depositietool nog in opmaak, maar de tool zou binnen de 6 maanden na inwerkingtreding van het stikstofdecreet beschikbaar moeten zijn. In afwachting hiervan zijn nieuwe paardenhouderijen/uitbreidingen die een stijging van stikstofdeposities veroorzaken momenteel vrijwel onmogelijk. 

Als de aanvraag de gebiedsspecifieke neerwaartse depositietrend van ammoniak wel hypothekeert, dan kan de aanvraag niet vergund worden. Dit omdat de passende beoordeling niet gunstig beoordeeld kan worden. 

Bedraagt de impactscore minder dan 0,025 %, dan hoeft er geen passende beoordeling opgemaakt te worden. 


figuur 1: schematische voorstelling beoordelingskader voor ammoniak van veehouderijen – nieuwe paardenhouderijen

STIKSTOFDECREET VS. MESTDECREET

Het stikstofdecreet brengt ook enkele wijzigingen wat de mestwetgeving betreft met zich mee. Zo zal het bemesten van weides met sleepslangen verboden worden vanaf 1 januari 2028.

Bij het houden van paarden met een totale productie van 300 kg fosfaat per jaar, moet je beschikken over nutriëntemissierechten (NER). De NER die niet ingevuld werden door paarden in 2020, 2021 en 2022, of ook wel slapende NER genoemd, zullen door de inwerkingtreding van het stikstofdecreet afgeroomd worden. De benutte NER worden bepaald op basis van de gemiddelde veebezetting in 2020, 2021 en 2022. Bij dit gemiddelde wordt een marge genomen van 10 %. Als dit resultaat lager is dan het aantal NER waarover je beschikte op 31 december 2023, wordt het verschil geannuleerd. Hierbij zal geen rekening gehouden worden met NER die verworven zijn na 1 januari 2017 en NER mits bewezen mestverwerking (NERmvw). De Mestbank zal je op de hoogte brengen van deze afroming vanaf half juni (onder voorbehoud) en uiterlijk tegen 1 september 2024. Daarna is er tot 1 oktober 2024 de mogelijkheid om eventueel in bezwaar te gaan tegen deze afroming. 

Tot slot komt er een nulbemesting in alle groene bestemmingen in SBZ-H tegen 2028. Dit wil zeggen dat op graslanden/weides die een groene bestemming hebben en in SBZ-H gelegen zijn, geen meststoffen op of in de bodem mogen gebracht worden met uitzondering van rechtstreekse uitscheiding door begrazing. Daarbij worden twee grootvee-eenheden (GVE) per hectare op jaarbasis toegelaten. Op een perceel kleiner dan 1 ha wordt een maximum van 2 GVE toegelaten, ongeacht de oppervlakte van het perceel. Hiervoor wordt een compensatievergoeding voorzien.  


Wil je weten wat de gevolgen van het stikstofdecreet zijn voor jouw paardenhouderij? Neem gerust contact met ons op.


Auteur: Annelies Verheyden, adviseur bij studie- en adviesbureau DLV


DEEL DIT BERICHT:

Recente projecten