Schapen en geiten houden zonder administratieve zorgen

Kippen, ganzen, schapen, geiten ... ze brengen de buiten dichter bij ons. Maar mag je overal dieren houden of zijn daar regels voor?

​In dit artikel geven we je meer uitleg over het houden van schapen en geiten.


Woongebied of landbouwgebied?

Het gebied waarin je woont, bepaalt de mogelijkheden. Woon je in een verkaveling? Lees de verkavelingsvoorschriften er dan eens op na. In nogal wat verkavelingen zijn er bepalingen opgenomen in verband met het houden van dieren. Zeker bij de kleinere woonkavels kunnen de mogelijkheden, los van de praktische haalbaarheid, beperkt zijn.

Staat je huis, zoals het meest gangbaar is, in woongebied? En staat ook de bijhorende stal in hetzelfde gebied? Dan mag je tot tien schapen of geiten houden. Heb je er meer, dan is er een milieuvergunning klasse 2 nodig.

In woongebied met landelijk karakter verhoogt het aantal zonder vergunning tot 25 dieren en in landbouwgebied mag je tot 150 schapen en geiten houden zonder vergunning. Veel woonkavels zijn een combinatie van bestemmingsgebieden: de eerste vijftig meter vanaf de straat is woongebied of woongebied met landelijk karakter, daarachter begint het landbouwgebied. Dat is uiteraard belangrijk wanneer je bekijkt hoeveel dieren je mag houden.


Mag je beschutting voorzien voor schapen en geiten?

Sterker nog, je moet in het kader van dierenwelzijn voldoende beschutting voor de dieren voorzien. Die beschutting moet aanwezig zijn op de plaats waar de dieren staan of in de onmiddellijke omgeving. Kies je voor een volwaardige stal, dan kan je 2 m² per dier voorzien, met een maximum van 40 m² per hectare aanwezige gronden. Je moet ook 250 tot 500 m² graasweide per dier kunnen aantonen, met een maximum van 20 schapen of geiten per hectare. Een kleine voederberging voor bijvoorbeeld stro en hooi is toegestaan. 

De overheid wil deze stallingen wel zo dicht mogelijk bij bestaande bebouwing zien aansluiten. Kan dit in de praktijk niet, dan kan een tijdelijke stalling op de weides toegestaan worden. Tijdelijk wil zeggen dat deze uit eenvoudige en gemakkelijk af te breken materialen opgetrokken is. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld een gemetste stal.

Niet alle noodzakelijke weides moeten in de onmiddellijke omgeving liggen. Een schuilhok op afgelegen weides is dan wel een optie.


Vergunning nodig of niet?

Voorzie je enkel een schuilhok op de weides? Dan is er geen vergunning nodig tot 20 m² schuilhok zolang dit schuilhok niet hoger is dan drie meter. 

Wil je een echte stalling bouwen? Dan hangt het er van af waar je deze bouwt. In de onmiddellijke omgeving van je woning (dit is in een straal van 30 meter), kan je gebruik maken van de 40 m² bijgebouwen die je altijd mag bouwen zonder vergunning. Maar opgelet! Heb je al een tuinhuis, carport en dergelijke gebouwd? Dan telt dit allemaal mee in de berekening van de 40 m². Overschrijd je de 40 m². Dan moet je toch een stedenbouwkundige vergunning aanvragen voor de stal. Bij een oud-landbouwbedrijf zal de overheid altijd vragen om eerst de bestaande gebouwen in gebruik te nemen vooraleer je een nieuwe stalling kan bouwen.

Ben je van plan de stal niet in de omgeving van je woning te bouwen? Dan heb je altijd een vergunning nodig. De overheid heeft een aantal richtlijnen waaraan ze jouw aanvraag zal toetsen, om te voorkomen dat de open ruimte bezaaid wordt met kleine stallingen.


Vraag je een vergunning aan? 

Vergeet dan niet aan te tonen dat je de dieren effectief in eigendom hebt. Anders zal de overheid je vergunning weigeren.


Dit artikel verscheen oorspronkelijk in Fence en werd geschreven door Carl De Braeckeleer.

DEEL DIT BERICHT:

Recente projecten

Nieuwsbrief agro Inschrijven
Nieuwsbrief voor paardenhouders Inschrijven