Kan ik als startende paardenhouder subsidies krijgen voor mijn paardenhouderij?

Veel paardenhouders vragen een landbouwernummer aan om te kunnen voldoen aan de wetgevingsvereisten van mestafzet en aan de verplichte registratie van weides in de verzamelaanvraag. Wat veel paardenhouders echter niet weten is dat je als (jonge) startende landbouwer ook recht hebt op betalingsrechten. Dat zijn subsidies voor het gebruik van landbouwgronden. Sinds de opstart van het nieuwe Gemeenschappelijke Landbouw Beleid vorig jaar kan je als startende paardenhouder recht hebben op subsidies, ook al heb je die nog nooit ontvangen. We zetten de mogelijkheden even op een rijtje.

Betalingsrechten voor actieve landbouwers

In het vernieuwde Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) werden de subsidies omgedoopt tot betalingsrechten. Om betalingsrechten te kunnen krijgen, moet je eerst aantonen dat je een actieve landbouwer bent.

Een actieve landbouwer ben je wanneer je:

  • een actief landbouwnummer hebt

  • een landbouwactiviteit uitvoert

  • je geen uitbater bent van een:

    • Vastgoeddienst

    • Permanent sport- of recreatiegebied

    • Luchthaven, spoorwegdienst of waterwerken

  • En mocht je een areaal hebben dat voor meer dan de helft uit natuurlijke graslanden bestaat, dan moet je op minimum 75 % van die graslanden een minimum-activiteit uitvoeren zoals maaien of begrazen.

Wat wordt in de paardenhouderij nu aanzien als een landbouwactiviteit ?

Het betreft in het bijzonder:

  • Paardenfokkerij

  • Opfokbedrijven voor jonge paarden

  • Hengstenhouderij

  • Productie van paardenmelk

  • Africhtingsstallen : onder heel specifieke voorwaarden


Onderstaande activiteiten worden niet gezien als landbouwactiviteiten maar kunnen wel aansluiten bij een bestaande landbouwactiviteit.

  • Centra voor het winnen en/of opslaan van paardensperma en/of de inseminatie van merries, centra voor voortplantingstechnieken en geboortebegeleidingscentra

  • Paardenpension

  • Hippotherapie


De hieronder genoemde activiteiten worden in het geheel niet gezien als landbouwactiviteit. Wie deze activiteiten op zijn bedrijf uitoefent, wordt in eerste instantie niet als actieve landbouwer beschouwd.

  • Maneges (inclusief horecavoorzieningen)

  • Plattelandstoerisme (niet gebonden aan een actieve landbouwuitbating)

  • Sportstallen


Een uitsluiting is echter nooit absoluut, zelfs niet voor personen op de negatieve lijst wegens het uitbaten van sport- en recreatiegronden. Wie op zijn landbouwbedrijf bijvoorbeeld nog een manege uitbaat, wordt normaal op de negatieve lijst gezet, maar kan dus nog het tegenbewijs aanleveren. Dat tegenbewijs zal dan voldoende landbouwactiviteiten moeten aantonen.

Dat alles wordt gecontroleerd op basis van de NACEBEL-codes die geregistreerd staan bij jouw ondernemingsnummer op de site van de Kruispunten Bank voor Ondernemingen (www.kbo.be). Hou er dus zeker rekening mee dat de codes met (gemengde) landbouwactiviteiten zeker vermeld moeten zijn en de codes aangaande sport of recreatie of … juist niet vermeld mogen zijn.

Heb je toch een bericht gekregen dat jouw landbouwbedrijf op de negatieve lijst staat, neem dan zeker contact op met jouw adviseur. Er zijn verschillende mogelijkheden om tegenbewijs te leveren en zodoende aan te tonen dat je toch een actieve landbouwer bent en bijgevolg wel kan genieten van deze landbouwsubsidies.

Je moet kunnen aantonen dat je een actieve landbouwer bent door te beschikken over

  • Een diploma of getuigschrift van een basisopleiding landbouw, tuinbouw of aanverwant op niveau van hoger secundair, hoger niet-universitair of universitair onderwijs;

  • Een installatieattest van een startersopleiding land- en tuinbouw, behaald voor 01/09 van het jaar van de aanvraag

  • Een diploma of getuigschrift van een basisopleiding dat als gelijkwaardig erkend wordt met één van de bovenvermelde niveaus


Voldoe je aan de criteria van een actieve landbouwer, dan kan je de volgende betalingsrechten aanvragen en krijgen:

  • Ben je een startende landbouwer, dat wil zeggen dat je gestart bent na 1 januari 2013, dan krijg je voor elke naakte hectare die je in de verzamelvraag aangeeft, de gemiddelde eenheidswaarde en bijkomend ook een verhoging van de bestaande rechten tot de gemiddelde eenheidswaarde.

  • Ben je een jonge startende landbouwer, dus jonger dan 41 jaar op 31 december 2016 of geboren na 01/01/1976 en gestart met de landbouwactiviteit vanaf of na 01/01/2011 dan krijg je een extra van ongeveer 25 procent bovenop de basisbetaling.

  • De vergroeningspremie die je bijkomend op de basisbetalingsrechten kan krijgen, heeft dan weer te maken met het stimuleren van klimaat- en milieuvriendelijke landbouwpraktijken. De vergroeningsmaatregelen zijn verplicht voor iedereen die betalingsrechten activeert en gelden van zodra je meer dan 10 subsidiabele hectares hebt. Heb je minder dan 10 ha in gebruik geldt de vergroening niet voor jou. Vergroening omvat drie soorten maatregelen:

    • Gewasdiversificatie: voor landbouwers die meer dan 10 hectare bouwland aangeven. Zij moeten twee gewassen telen op deze hectares. Landbouwers met meer dan 30 hectare moeten drie gewassen telen. Voor paardenhouders is deze maatregel minder van toepassing.

    • Behoud van blijvend grasland: in 2015 en 2016 wordt er nog gerekend met het individueel referentieareaal. Parallel start men een nieuw systeem op waarbij alle percelen die vijf jaar na elkaar als ‘blijvend grasland’ aangeduid worden in de verzamelaanvraag, automatisch in de categorie ‘blijvend grasland’ terechtkomen. Paardenhouders zitten dikwijls in deze categorie.

    • Ecologisch aandachtsgebied: deze maatregel is verplicht voor alle landbouwers met meer dan 15 hectare bouwland. Deze maatregel is minder van toepassing op paardenhouders.

DEEL DIT BERICHT:

Recente projecten

Nieuwsbrief agro Inschrijven
Nieuwsbrief voor paardenhouders Inschrijven